Er zit tijd tussen, te veel tijd. Meer dan op dit witte papier past. De tijd tussen het nemen van de beslissing, het intakegesprek en een eindgesprek. Tussen vragen en antwoorden. Tussen de verschillende testfases. Tussen misschien en helemaal niet. Eén uur intakegesprek. Vier testen van een uur. Eén van twee uur. En daarna… wachten. Twee weken die langer lijken dan de maanden ervoor. Ik dacht: dat doe ik wel even. Ik probeerde mezelf gerust te stellen door het traject klein te houden. Een formaliteit, even duidelijkheid scheppen. Maar mijn lijf voelde allang; dit is niet zomaar iets.
De tijd tussen het intakegesprek en de testen verliep vlot. De eindejaarsperiode zorgde voor de nodige afleiding. De dagen tussen de testen voelden vreemd. Ik begon mezelf te observeren. Ik werd me meer bewust van handelingen en gedragingen waar ik voorheen geen erg in had. Ik voelde me tegelijk te veel en te weinig. Ik stelde mezelf mateloos in vraag. Waarom doe ik dit zo? Is dit herkenbaar? Of maak ik het groter dan het is? Soms dacht ik: Zie je wel, het stelt niks voor. Waarom wilde ik zo nodig deze dure testen ondergaan? En even later: Maar wat als het wel zo is? Wat als ik op 45 jaar eindelijk begrijp waarom het leven me soms zoveel moeite kost? Wat als het nooit aan mijn wilskracht lag? Wat als ik eindelijk erkenning vind voor alles waar ik al die jaren tegenaan botste?
Die tweestrijd werd gedurende mijn traject een constante metgezel. Hoop en weerstand liepen als broer en zus, hand in hand. Mijn zoektocht naar duidelijkheid en antwoorden, maar het woord etiket stond daar vlak naast. Want wat als er straks iets zwart op wit staat? Iets dat niet met een laagje correctietape gewist kan worden. Iets wat altijd blijft, ook als ik het liever even niet wil zien. Ik ben bang voor wat het zou kunnen betekenen. Voor de reactie van mijn omgeving, hoe zij het lezen. Voor hoe ik het zelf ga lezen. Want een diagnose heeft gewicht, kan loodzwaar aanvoelen. Zeker wanneer ze officieel wordt.
Tegelijk is er dat andere verlangen. Dat stille, bijna stiekem hopen. Dat er eindelijk iets klopt. Dat het ontbrekende puzzelstukje eindelijk zijn plaatsje krijgt. Dat er een verklaring is voor waarom het soms zo hard werken is in een wereld waar ik me vaak ‘anders’ voel. Die weken waren zoveel meer dan wachten op antwoorden. Het was wachten op mezelf, op mogen thuiskomen. Terwijl mijn blog, zoals steeds, op dinsdag om 14u14 online komt, krijg ik antwoorden waar ik tegelijk naar verlang en voor vrees. Hoe ik hiermee zal omgaan, weet ik niet. Maar wat wel vaststaat, ik ben nog steeds ik. Met dezelfde gevoeligheid. Dezelfde zachtheid. Dezelfde ongeduldigheid. Dezelfde valvleugels.
Dezelfde kwetsbaarKRACHT.
