Ik ben nog steeds dezelfde, maar toch voelt alles anders

Ik had het me anders voorgesteld, bijna sprookjesachtig. De voorbije weken  stelde ik me meermaals voor hoe het moment van een eventuele diagnose zacht in mijn hoofd zou landen. Ik zou rustig blijven, opgelucht zijn. Eindelijk zou alles op zijn plek vallen en mocht ik mijn masker afzetten. Eindelijk mocht ik gewoon zijn. Ik herhaalde dat moment als een film met happy end tientallen keren, tot in detail.

Maar wanneer ik de zwarte letters op het witte papier lees, valt mijn uitgeschreven sprookje als een zorgvuldig opgebouwd kaartenhuis in één zucht in elkaar. De tranen komen onmiddellijk. Het zijn tranen van opluchting en tegelijk tranen van kwaadheid, maar ook verdriet. Tranen van en wat nu? Ik lees de netjes getypte zin opnieuw en opnieuw. “Bovenstaande bevindingen en resultaten wijzen op voldoende symptomen om de diagnose ASS en ADD toe te kennen.”  Twee woorden, 6 letters en slechts 3 verschillende letters. Twee woorden die alles benoemen en tegelijk  zo weinig zeggend, niets oplossen. Ik ben nog exact dezelfde Els van luttele seconden daarvoor. En toch voelt niks nog hetzelfde.

Het ontbrekende puzzelstukje was er al die tijd. Het was alleen verborgen achter mijn vele maskers. Als een kameleon gecamoufleerd om niet op te vallen. Vijfenveertig jaar had het nodig om gezien te mogen worden. Vijfenveertig jaar zoeken, aanpassen, compenseren, maskeren.Vijfenveertig jaar denken dat het misschien gewoon aan mij lag. Vijfenveertig jaar aan keihard zijn voor mezelf. Het hard mag nu zacht worden. Het streng mag mild worden. Dat besef raakt me diep. Diep genoeg om me pijn te doen. Het kind in mij huilt mee. 

Ondertussen zijn we bijna een week verder. Het eindgesprek vond plaats. Ik las de 37 pagina’s aan verslag van voor naar achter, van achter naar voor. Ik stelde vragen, veel vragen. Vragen die mijn hoofd dagenlang vulden. Ik kreeg antwoorden, verhelderend en zacht. Antwoorden op wat deze diagnoses betekenen en ook over wat ze niets zeggen over wie ik ben. Daarover vertel ik in een latere blog  meer over. Stap voor stap, op mijn tempo. Nu is het eerst dit. Want nu het eindgesprek plaatsvond en de eerste rauwe emoties geland zijn duikt er een andere vraag steeds opnieuw op. Hoe zullen mijn ouders reageren? Mijn kinderen? Collega’s? Vrienden? En eerlijk, het maakt me bang. Bang om niet geloofd te worden. Bang om herleid te worden tot ‘een label’. Bang om zinnen te horen als “maar dat zie je toch niet aan jou?” Of erger nog: “iedereen heeft dat toch een beetje?”

Ik voel hoe ik mezelf onder een vergrootglas leg. Elke reactie, elke gedachte, elke emotie wordt plots uitvergroot. Is dit nu de ASS? Is dit de ADD? Of is dit gewoon wie ik altijd al was? Die vraag kost me veel energie, vermoeit me meer dan ik had verwacht. Het lijkt alsof ik mezelf opnieuw moet leren kennen. 

Ik ben dankbaar voor de enkele mensen die ik al in vertrouwen nam. Wie me draagt in dit alles, is mijn man. De manier waarop hij dit extra stukje van mezelf met open, veilige liefdevolle armen omarmt brengt rust in mijn chaos. Maar ook mijn vertrouwenspersoon, Krista, die steeds luistert en de eerste spanning uit mijn lijf jaagt. Dan is er nog mijn vertrouwde psycholoog waar ik mag landen. Ik mocht haar per sms het ontbrekende puzzelstukje toevertrouwen. Wat ik terugkreeg, waren woorden die ik koester. Woorden die me dieper raken dan zij misschien ooit kan vermoeden. “Ik zou je in alle chaos eigenlijk willen feliciteren om wie je bent en hoe je jouw weg hebt afgelegd.”  Haar woorden verzachten iets in mij. Het zegt iets over hoe ze me ziet, echt ziet. Iemand die zoekt, valt, duikelt, maar telkens weer kiest om te vliegen. In de veilige ruimte van haar praktijk mag ik ventileren zonder te filteren. Zij heeft die zeldzame gave om echt te luisteren. Ze wijst niet met het vingertje, maar zegt eerlijk en soms onverbloemd haar kijk zonder mij te kwetsen. Zo’n uurtje is geen luxe. Het is mijn boei, mijn reddingsbootje.

Het vinden van mijn puzzelstukje is geen stempel op mijn voorhoofd, geen eindpunt. Het is een begin. Een nieuw hoofdstuk, dat ik mag schrijven met zachtere letters. Met meer mildheid dan ik mezelf ooit gunde. Ik weet nu  dat ik niet alles meteen hoef te weten. Niet alles vraagt om antwoorden. Ik mag dit een plaats geven op mijn tempo. Ik mag traag zijn. Ik mag zoeken.

Ik vertrouw meer dan ooit op mijn valvleugels. Ik ben kwetsbaarkracht. 

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven