Stap uit je hoofd en uit je hart. Daal neer naar je bekken. De plaats waar jouw levensenergie stroomt, jouw innerlijke bron. Het is de thuisbasis van je zijn. De schatkist van kundalini-energie. Daar waar het leven begint. Waar je draagt en loslaat. Waar je voelt wat echt van jou is.
Wie ben je nog voor jouw gevoel en ego het overnemen? Daar, op die plek, voel je wie je bent voordat het denken toeslaat. Voor je hoofd het overneemt en je ego haar masker opzet.
Het zijn de woorden van Hanne. Het duurde enkele dagen voor ik ze echt begreep. Voor ik echt voelde wat ze wilde zeggen.
Ik herken die waarheid in de natuur. Ik voelde het afgelopen donderdag in het bos. De plaats waar ik als kind zo vaak vertoefde. Waar ik mijn grootouders dichtbij voel. Hun liefde verweven in de zomerbries die met de bladeren speelt.
Daar vind ik mezelf, rauw, puur en ongetemd. Ik kan er zoveel kinderlijke vurigheid, enthousiasme en verwondering ervaren. Als een kind dat voor het eerst een bijtje van bloemkelk naar bloemkelk ziet vliegen. Er met grote ogen toekijkt hoe zonnestralen door het bladerdek de aarde kussen, verwonderd over hoe zonlicht het bos tot leven wekt. Waar ik deel mag uitmaken van het schaduwspel tussen zon en bladeren.
Ook aan zee voel ik die verbinding. Wanneer mijn voeten één worden met het zand. Golven mijn lichaam omhelzen. Bij het zoeken naar die ene schelp, dat stukje magie tussen miljoenen zandkorrels.
In al deze momenten vind ik mezelf terug. Geen verwachtingen, geen eisen. Alleen adem, alleen zijn.
Soms kijken mensen me verbaasd aan. Wanneer ik vertel hoe de geur van het bos elke vezel in mijn lijf raakt. Hoe het zoeken naar schelpen mijn innerlijk kind tot leven wekt, puur en ongefilterd. Een enthousiasme die ik niet kan temmen.
Op deze plaatsen in de natuur, keer ik terug naar mijn bekken. Ontwaakt mijn innerlijke kind, een herinnering die me zachtjes streelt vanbinnen. Daar voel ik wie ik ben nog voor het denken en het moeten toeslaat.
Gewoon ik; rauw, puur, ongefilterd, ongetemd…..
