Onze gesprekken maken het verschil tussen moeten spartelen en mogen zwemmen. En de ontlading komt zodra de deur achter me sluit. Mijn lijf beseft dat het nu ten volle mag ontspannen. De geur van verse regen hangt in de lucht. Die typische, natte geur die alle emoties net iets intenser maakt. Mijn hoofd zit boordevol gedachten, nieuwe inzichten. Ik verlang naar warmte, naar iemand die ik graag zie. Een knuffel, even tegen iemand aankroelen. Met een vertrouwde zakdoek in mijn hand en tranen die even vrij mogen stromen. Ik ben zo’n emo-madam, al geef ik de herfst in mijn lijf en het stoppen van de medicatie even de schuld.
Vijftien dagen. Ik weet exact hoeveel dagen er tussen twee gesprekken zitten.. Vijftien dagen is lang. Soms te lang. Dagen die ik niet altijd even makkelijk doorkom en waar ik tijdens ons gesprek bewust geen aandacht aan wilde schenken. Het is een afspraak die ik maakte met Stijn. En ergens begrijp ik zijn standpunt wel. Maar tegelijk weet ik ook hoe groot de meerwaarde is van die gesprekken. Voor mij maken ze het verschil tussen mogen zwemmen en moeten spartelen. Ondertussen ben ik op een punt gekomen waarop ik mijn masker in de auto durf achterlaten. Ik stap binnen zoals ik ben. Het gesprek verloopt steeds minder geforceerd, minder berekend. Woorden komen vaker gewoon… zoals ze komen. Tijdens het praten denk ik minder na.
Maar daarna begint mijn hoofd. Dan denk ik na over wat ik gezegd heb. Maar ook over hoe iets gezegd werd. Hoe keek Charline toen ik dat vertelde? Klopte haar non-verbale reactie wel met haar woorden? Misschien vond ze dat ik te veel ratelde? Misschien denkt ze dat ik minder moet nadenken? Misschien vond ze me vermoeiend? En dan sluipt er een nog grijzere gedachte binnen, wat als ze de Els zonder masker geen mooi persoon meer vindt? Mijn hoofd begint opnieuw gesprekken te ontleden en onder het vergrootglas te houden. Ik lijk een moordrechercheur op zoek naar het bewijsmateriaal in een rechtszaak.Ik analyseer terug meer. Ik wantrouw mensen terug sneller.
Ik vraag me af zou dit komen omdat ik gestopt ben met Wellbutrin? Wat als het stoppen van de medicatie me opnieuw wantrouwig maakt of me richting een nieuwe depressie duwt? Die gedachte alleen al maakt me bang. Want één ding weet ik zeker, ik wil me niet nog eens door een depressie moeten wurmen. Misschien is dat ook een reden waarom ik toch wil starten met de nieuwe medicatie. Ik verlang zo naar rust in mijn hoofd. Ik ben er zo nieuwsgierig naar.
Hoe voelt dat eigenlijk… stilte in je hoofd? Hoor ik het fluiten van vogels dan nog intenser? Hoor ik het ruisen van de zee zachter en luider tegelijk? Begrijp ik het fluisteren van de wind nog beter? Het lijkt me een heerlijke gedachte. Het voelt als een warm deken dat over mijn ziel wordt gelegd. Tot voor kort dacht ik dat iedereen zo leefde. Een eindeloze fanfare aan gedachten. Een kakofonie aan geluiden, dag en nacht. Zonder pauze. Maar wat als rust in mijn hoofd, net zoals mijn diagnose, uiteindelijk niet het langverwachte sprookje blijkt te zijn? Kan mijn hoofd nog wennen aan rust? Kan mijn lichaam dat dragen? En misschien nog de meest beangstigende vraag van allemaal; ben ik dan nog wel ik? Of begint daar opnieuw een zoektocht?
Wie ben ik wanneer het eindelijk stil wordt vanbinnen?
