De ups en downs komen soms sneller dan de loopings op een achtbaan. Ik kan de kracht door mijn lijf voelen gieren en even later verdrinken in een bad vol tranen. Ik kan intens genieten van een drukke dag vol moetjes en magjes. Van alle prikkels, beweging, mensen en gesprekken. Ze kunnen me het gevoel geven dat ik LEEF. Maar zo’n drukke dag kan me ook naar adem doen happen. Dan kruipt de angst onder mijn huid en pingpongen gedachten door mijn hoofd. Ik kan enorm uitkijken naar een fijne babbel. Naar dat moment waarop ik mezelf kan zijn, kan vertellen wat er in mijn hoofd en lijf gebeurt. Of gewoon even helemaal ongeremd kan zijn. Een flauw mopje, een kwinkslag in een gesprek, onbezonnen en vrij. Even niet nadenken, niet filteren, niet voelen of ik wel ‘goed’ bezig ben. Gewoon mezelf. Het geeft me het gevoel erbij te horen. Dat mijn stem ertoe doet. Dat ik gehoord mag worden. Zo’n gesprek laat me mijn vleugels zien vol warme kleuren. Maar het kan me compleet leeg achterlaten. Het is bij mij vaak alles of niks. Ik leef van uitersten. Een tussenweg lijkt soms gewoon niet te bestaan. Mijn lijf wil routine, maar roept tegelijkertijd om onverwacht. Mijn lijf wil stilte, maar vraagt om muziek op volume 32. Mijn lijf wil alleen zijn, maar verlangt naar mensen waar ik mezelf mag zijn. Mijn lijf wil veiligheid, maar geniet ook van het gevoel een grens op te zoeken. Mijn hoofd wil controle, terwijl een ander deel van mij niets liever wil dan alles loslaten. En dat is lastig aan mezelf te leren kennen. Dat ik niet één ding nodig heb. Dat wat mij vandaag goed doet, mij morgen volledig kan overspoelen. Dat ik vandaag vol enthousiasme ‘ja’ roep en die ‘ja’ me morgen een lijf vol angst bezorgd. Dat ik soms snak naar rust en toch de drukte opzoek. Dat ik kan verlangen naar verbinding en tegelijk na een gesprek twee dagen moet ontprikkelen. Vroeger dacht ik dat ik gewoon beter mijn best moest doen. Dat ik gewoon door moest gaan en mijn lijf negeren. Maar hoe beter ik mezelf leer kennen, hoe meer ik begin te begrijpen dat ik niet gemaakt ben voor dat midden. Misschien hoef ik niet steeds op zoek naar de juiste balans? Mag ik genieten van mijn volume 32, zonder mezelf te veroordelen wanneer ik daarna stilte nodig heb. Mag ik voluit leven wanneer mijn lijf daarom vraagt en me daarna terugtrekken wanneer mijn lijf leeg is. Mag ik mensen binnenlaten en daarna mijn deur even sluiten. Mag ik mijn grenzen opzoeken en tegelijk veiligheid nodig hebben. Ik zal nooit van mezelf een vrouw kunnen maken die altijd rustig, stabiel en voorspelbaar is. Ik zal nooit de vrouw zijn in mantelpak en hoge hakken. En ik bedoel niet alleen uiterlijk. Ik heb het over de vrouw die altijd netjes binnen de lijntjes kleurt. Die precies weet wat er van haar verwacht wordt en daar moeiteloos aan voldoet. Die haar emoties verfijnd en onder controle houdt, haar woorden zorgvuldig kiest. Ik zal ook nooit de vrouw zijn die iedereen doet omkijken omdat ze perfect in het plaatje past. Ik heb jaren gedroomd om die vrouw te worden. Hoe graag ik dat ook altijd heb gewild. Ik wil die vrouw niet meer worden. Ik wil zijn wie ik ben. Een vrouw die zichzelf kent. Die haar eigen golven kan lezen. Die niet meer bang is voor haar stormen. De vrouw die niet langer probeert onzichtbaar te blijven. Ik wil de vrouw zijn waar men voor omkijkt omdat ze zichzelf durft te zijn. Niet omdat ik de mooiste, meest stijlvolle of meest perfecte vrouw in de ruimte wil zijn. Maar omdat ik eindelijk helemaal mezelf durf te zijn. Omdat ik voluit durf te lachen. Omdat ik soms iets zeg wat niemand verwacht. Omdat ik met mijn handen beweeg wanneer ik iets vertel. Omdat ik voel hoe mijn ogen fonkelen bij het enthousiast vertellen over gevonden stenen, schelpen, zeeglas en pluimen. Omdat ik niet bang ben om luid, speels, eigenzinnig of anders te zijn. Niet bang om mezelf te zijn. Dat is het mooiste cadeau wat ik mezelf kan geven. Niet langer minder te leven. Maar voluit luisteren naar mijn lijf. Te luisteren naar die innerlijke kracht in mij. Die krachtige vlam die steeds vuriger gaat branden. Soms op volume 32 en soms alleen maar stilte. Dat is mijn midden, gewoon leven vanuit mijn zijn. Niet perfect, niet passend in het plaatje…. Ik besef nu dat ‘Thuis’ geen bakstenen huis is, geen netjes gelapte ramen, geen stoelen die mooi op een rij staan en geen tuin zonder één sprietje onkruid. Thuis ligt niet buiten mij. Thuis zit in mij. In mijn lijf. In mijn hoofd. In mijn zachtheid en mijn chaos. In mijn tranen, mijn uitbundigheid, mijn vele kronkels, pittige hoogtes, diepe dalen en mijn stiltes.Ik zocht al die jaren thuis buiten mezelf. In verwachtingen, in goedkeuring, in mensen, in het plaatje waarvan ik dacht dat ik erin moest passen, in bakstenen en gepoetste kamers. Nu geloof ik steeds meer dat ik niet ergens mijn thuis moet maken.
Ik mag thuiskomen in mezelf.
