Het voelt net of ik beweeg zonder werkelijk vooruit te komen. Alsof ik op een loopband sta. Ik zet stappen, versnel, loop. Ik zweet, ik hijg, raak buiten adem. Maar wanneer ik rond me kijk, zie ik nog steeds dezelfde hindernissen, als een metershoge ruwe muur voor me. En sinds mijn diagnose voelt die muur dichterbij en hoger dan ooit. Er is nu een naam voor de chaos, de overprikkeling, het gevoel dat alles tegelijk binnenkomt en nergens een uitweg vindt. Toch brengt die duidelijkheid niet de sprookjesachtige rust, integendeel. Soms maakt het me juist onzekerder. Ik moet opnieuw leren wie ik ben met dit ‘label’, met deze handleiding die ik jaren geleden had moeten krijgen. Ik moet opnieuw mezelf vinden, terwijl ik nog maar pas mezelf aan het ontdekken was.
Ik probeer te functioneren zoals het hoort. Zoals verwacht wordt. De maatschappij draait op een snel tempo, op prestaties, op zichtbaar succes. Er is zo weinig ruimte om te vertragen, om mijn tempo te mogen volgen. We moeten werken, plannen, doorgaan. Altijd bereikbaar, altijd beschikbaar. Sociale media, smartphone, mail, smartschool….overal en meteen te beantwoorden aub! Steeds een versnelling hoger. Het is een topsport. Maar mijn hoofd draait al overuren voordat de zon de wereld kleurt en de dag begint. Geluiden, prikkels, verantwoordelijkheden, verwachtingen, ze stapelen zich op. Ik wil niet dat mijn diagnose een excuus wordt. Dus ik zet mijn masker op. Ik bewijs mezelf, compenseer en ga door. En dan is er mijn dochter. Alles in mij wil haar veiligheid, stabiliteit en rust geven. Ik wil niet dat ze zich ooit afvraagt of ze anders moet zijn om mijn liefde te verdienen.
Ik wil niet dat ze ooit dat stille, knagende gevoel leert kennen dat ik te vaak heb gevoeld en nu terug voel. Het gevoel dat je niet voldoet, niet goed genoeg bent zoals je bent.
Ik wil niet dat ze elke dag een ander masker opzet om erbij te horen. Niet dat ze zichzelf kleiner maakt en zich aanpast tot ze amper nog weet wie ze werkelijk is.
Ik wil dat ze weet dat ze mag stralen in al haar kleuren, in haar luidheid en stilte, in haar chaos en haar rust . Dat ze nooit hoeft te twijfelen aan mijn liefde. De angst dat ze zichzelf niet graag ziet zit zo diep omdat ik weet hoe het voelt om jezelf niet graag te zien. Omdat ik weet hoe zwaar het is om altijd te denken dat je net iets harder moet werken om voldoende te zijn.
Het doet me soms pijn dat ik zelf nog zo vaak mijn masker opzet. Dat ik mezelf bewijs, compenseer en doorga. Dat mijn zelfwaarde afhankelijk is van hoe goed ik functioneer. Maar voor haar, bij haar wil ik die cirkel doorbreken. Ik wil dat ze me mag herinneren als een moeder die niet perfect is, maar echt.
Ik wil een moeder zijn die haar leert, je hoeft je niet te bewijzen. Je bent genoeg, altijd geweest. Maar hoe leer ik haar dat, als ik zelf nog worstel met mezelf en met de druk om te voldoen aan de verwachtingen van mijn omgeving? Te vaak lig ik wakker met zorgen, diepere vragen. Mijn verantwoordelijkheid voelt eindeloos groot. Zwaarder en groter misschien, omdat ik me zo bewust ben van mijn eigen innerlijke worsteling. Mijn diagnose maakt me niet minder mama, dat weet ik. Het maakt me misschien zelfs geduldiger, aandachtiger, gevoeliger. Maar het maakt me ook zo ontzettend moe. De metafoor van op de loopband te rennen is niet alleen vermoeiend, het is ook frustrerend. Omdat ik wíl groeien. Ik wíl vooruitkomen. Ik wil mijn geworstel om een late diagnose omzetten in een positief verhaal. Ik wil een inspiratiebron zijn voor andere vrouwen die worstelen. Ik verlang naar rust in mijn hoofd. Maar ik blijf ter plaatse rennen, kom geen meter vooruit. Maar misschien heeft mijn psycholoog gelijk, al rolde ik op het moment dat ze de woorden sprak vooral met mijn ogen, en is durven drukken op de stopknop moedig. Misschien is het moeilijk kunnen plaatsen van mijn diagnose geen onwil, geen zwakte, maar een proces dat ik moet doorvoelen. Een verschuiving op mijn levenspad, van een constant overleven naar begrijpen en accepteren.
Ik sta nog op die loopband, maar Charline je hebt gelijk, ik moet niet blijven rennen. Ik wil in de eerste plaats voor mezelf, maar ook voor mijn dochter de stopknop indrukken. Haar laten zien dat anders zijn, niet minder is. En dat is wat ik uit ons gesprek van vandaag meeneem. En tot dit inzicht komen voelt eindelijk als een stap vooruit.
