Een levensles op een doodgewone parking

Vandaag geen zin in gedoe. 

Vandaag wil ik in pyjama doorbrengen. 

Tot ik ‘de goesting’ heb mijn bezweet en plakkerig lichaam af te spoelen onder zachte waterstralen, verwen met geurende zepen en bijbehorende gedachte: “Waarom stel ik dit uit op dagen dat ik me niet goed voel? 

Een douche, dat frisse gevoel doet zo’n deugd.”

En dan voel ik de drang om… niet zomaar wat te poetsen. Dat is vandaag te passief. 

Mijn lijf vraagt om fysieke arbeid. 

Om een inspanning die voelbaar is, fysieke vermoeidheid. Dus besluit het onkruid te wieden en het gras te voorzien van een korte zomercoupe. 

Iets na elf uur plof ik met een groot glas koud water in de zetel. 

Bijna middag en het gras voor de helft gemaaid. Straks moet er gegeten worden, maar er is niets te vinden waar ik zin in heb. Mijn dochter stelt voor om een heerlijk broodje klaar te maken: cottage cheese, rucola, avocado, pesto en zongedroogde tomaatjes.

In pyjama en met een bezweet, plakkerig lijf rijd ik naar het warenhuis. 

Terwijl zij in de winkel de nodige boodschappen aanschaft, blijf ik wachten op de parking.

 Om de tijd te doden, observeer ik de voorbij wandelende mensen. 

Even ben ik de toeschouwer van een stukje in hun leven.

 Ik zie een gezin richting hun auto wandelen. 

Een mama, haar dochter en een klein jongetje. Net voor de auto laat de kleine man, kleuterleeftijd, zich dramatisch en huilend op de grond zakken. 

Hij vindt het duidelijk niet eerlijk dat zijn zus de emmer popcorn in de koffer zet. Mama, druk bezig met haar telefoon, merkt het niet op. Zonder woorden, zonder gedoe haalt het meisje met blonde lokken de emmer uit de koffer en geeft hem aan haar broertje. 

Enkele seconden later wrijft de jongen met zijn kleine handjes over zijn wangen. Hij staat op en neemt met zichtbare tevredenheid de emmer popcorn aan.

Ik glimlach. Ooit waren mijn pittige dames ook klein. 

Ooit was ik die eindeloze scheidsrechter, bemiddelaar, trooster en deed ik mijn best rustig te blijven bij hun kinderlijke kijk op wat al dan niet eerlijk was. Waar is de tijd gebleven?

En dan maak ik mij de bedenking, deze scène is geen toeval. 

Het is een uitnodiging van het universum tot zelfreflectie. 

Want hoe vaak voed ik mijn innerlijk kind niet met pleasen en sussen. Om de rust te bewaren. Dingen die niet zijn wat ik echt nodig heb, maar waarvan ik geleerd heb dat ze het snelst voor rust zorgen.

Het kleine jongetje… dat ben ik, mijn innerlijke kind. 

Huilend, boos, omdat iets niet eerlijk voelt of ze zich niet gehoord voelt. 

En het meisje? Dat is de rol, het masker dat ik in de loop der jaren leerde aannemen, ging dragen; de vredestichter, de bemiddelaar, de pleaser, zwijgzame volger. 

Net zoals dat meisje met zomerkleedje aan haal ik geregeld ‘de emmer uit de koffer’ en geef hem aan mijn innerlijke kind. 

Niet uit liefde, niet uit zelfzorg, maar uit gewoonte. 

Omdat ik geleerd heb dat sussen beter werkt dan voelen.

Maar wat als ik het anders doe? 

Wat als ik even tijd maak voor mijn innerlijke kind? 

Wat als ik durf te voelen wat ze nodig heeft, in plaats van haar automatisch te voeden met ‘fastfood’?

De dag begon met geen zin in gedoe. 

Pas halfweg de dag en ik krijg les in innerlijke groei. 

Ik mag zijn wie ik ben, met mijn pleaser en mijn kleine meisje. 

Met mijn veilige patronen, maar ook met een groeiend besef dat ik niet langer uit automatisme moet handelen zoals ik altijd deed.

Ik moet mijn kleine meisje niet langer popcorn geven om het zwijgen op te leggen. 

Ik kies voor wat dieper gaat, voedt in plaats van vult.

Misschien is ook dat een deeltje wat groeien, dichter bij mezelf komen betekent? 

Dat ik niet langer wacht, zoek naar iemand anders die mij troost, begrijpt, aanmoedigt, bevestigt en feliciteert. 

Dat wie ik ben oké is. 

Ik ben niet meer, maar ook niet minder dan een ander. 

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven