En dan lig je languit op een bank…

En dan lig je languit op een bank met op je voorhoofd een zwarte doek, gevuld met ijsblokjes. Ik voelde het al minuten op voorhand aankomen. De zweetdruppels gleden langzaam over mijn rug. Warm, ik kreeg het zo warm. Een warmte die van binnen lijkt te ontstaan. Het lijkt of mijn lijf een innerlijk vuurtje stookt. Ik probeer me op het gesprek te focussen. Ik knik en stel nog een vraag.  Maar diep vanbinnen is er nog maar één gesprek bezig. Een gesprek met Maya. Ik probeer haar te overtuigen dat ik niet in gevaar ben. Ze luistert niet. Mijn ogen glijden subtiel langs de mensen aan de tafeltjes links en rechts van me. Niemand kijkt vreemd op. Niemand lijkt iets te merken. Ik zie er dus beslist nog ‘normaal’ uit. Best angstaanjagend, het idee dat  iemand vanbinnen volledig kan verkrampen terwijl de buitenwereld niets ziet. Ik neem nog een slok van mijn glas ijskoude cola. Misschien helpen de suikers? Misschien helpt de koude? Ondertussen trekken de spieren tussen mijn schouderbladen langzaam samen. Ik herken dat gevoel uit de duizend. De alarmbel van mijn lijf. Het moment waarop mijn lichaam Maya gelooft en beslist dat er gevaar is, terwijl ik eigenlijk weet dat dat niet zo is. Ik smeek Maya om stil te zijn. Hou alsjeblieft op. Je maakt het alleen maar erger. Mijn gesprekspartner blijft rustig verder praten. Ze is zich van geen paniekaanval bewust. Ik onderbreek haar. “Poeh… het is hier zo warm.” Ze knikt, “Ja hé.” En ze praat verder. Even hoop ik dat het gewoon de warmte is. Of omdat mijn uurwerk toch al 12u30 aangeeft. Dat ik straks mijn bord voor me krijg en na enkele happen weer verder kan alsof er niets gebeurd is. Maar mijn lijf heeft intussen al andere plannen. De spanning verspreidt zich steeds sneller tussen mijn schouderbladen. In mijn hoofd zie ik hoe die spanning langzaam samensmelt tot één blok angst. Mijn maag trekt samen. Mijn buik verkrampt. Misselijkheid overspoelt me. Ik ben er bijna zeker van dat ik elk moment de hele tafel onder zal spugen. Mijn handen voelen verdoofd. Mijn benen trillen. De stemmen rondom mij klinken verder weg. Ik neem niet langer deel van de gezellige binnentuin. Ik ben aanwezig en toch helemaal niet. Het voelt alsof een windkolk me helemaal door elkaar schudt. Ik weet dat ik veilig ben, maar mijn lijf gelooft daar geen woord van. Ik verlies steeds meer grip op het gesprek. Dit gaat fout. Ik voel het. Ik onderbreek het gesprek nogmaals, “Ik voel me niet goed.” Meer krijg ik niet gezegd. Haar blik verandert onmiddellijk, bezorgdheid. Ze stelt voor om even te gaan liggen. Ik ga languit op een bank liggen. Vanbinnen slaat elke vezel in mij op hol. Van Buiten blijf ik, denk ik toch, opvallend rustig. Een dame komt onmiddellijk helpen. Even later staat ook de ober naast me. Hij is ervan overtuigd dat ik bevangen ben door de warmte. Misschien heeft hij deels ook wel gelijk. Elvanse verstoord je innerlijke thermostaat. Waardoor je sneller oververhit raakt. En zeggen dat ik deze ochtend samen met de huisarts besloot om vanaf morgen de dosis toch naar 30 mg te brengen. De minimumdosis voor een volwassene. 🫣 Een halve minuut later ligt er een zwarte doek vol ijsblokjes op mijn voorhoofd. Ik hoor mensen vragen of het gaat. Maar ik laat alle woorden gewoon over me heen glijden. Ik ben te druk bezig met het gevecht dat niemand ziet. Vanbinnen herhaal ik telkens opnieuw dezelfde zin. Je hebt een angstaanval. Er is niets ernstigs aan de hand. Je lichaam denkt, dankjewel Maya,  dat er gevaar is, maar dat is er niet. Ik had er deze ochtend nog met mijn huisarts over gesproken. Hoe Maya, mijn lijf overtuigt dat ik in levensgevaar ben, terwijl mijn verstand rustig blijft herhalen dat alles veilig is. Op zulke momenten besef ik opnieuw hoe weinig controle ik soms heb over mijn eigen lichaam. Als paniek toeslaat, voert mijn lichaam de regie. Niet ik.  En dat maakt me soms zo angstig. Ik kan op elk moment, zoals nu, tijdens een gezellige middag toeslaan.  Enkele minuten later begint mijn lijf voorzichtig terug te landen. Mijn ademhaling wordt rustiger. De spanning tussen mijn schouders lost een beetje. De misselijkheid zakt langzaam weg. Ik maak terug deel uit van de binnentuin. Eten lukt me nauwelijks nog. Mijn lichaam voelt leeg, uitgeput terwijl ik alleen maar aan een tafeltje zit. En dan komen de gedachten, “wanneer gebeurt het weer?” Was het wel paniek? Paniek stopt niet wanneer mijn lijf is geland. Paniek probeert zich ook nadien nog in mijn gedachten te nestelen. Ik probeer de focus te leggen op mezelf, hoe ik midden in de storm, mezelf terug in veiligheid bracht. Met mijn eigen woorden, mijn eigen rust. Ik bleef mezelf zeggen dat dit voorbij zou gaan. En dat deed het ook. En die gedachte wil ik meenemen. Dat ik stilaan mag vertrouwen op mezelf. Dat ik, hoe hard mijn lijf ook in alarm gaat, ik mezelf ook weer kan terugvinden.

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven