<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Valvleugels &#8211; Valvleugels</title>
	<atom:link href="https://valvleugels.be/author/valvleugels/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://valvleugels.be</link>
	<description>Mijn weg naar innerlijke balans</description>
	<lastBuildDate>Wed, 30 Sep 2026 18:59:51 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-BE</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=7.1.3</generator>

<image>
	<url>https://valvleugels.be/wp-content/uploads/2025/01/cropped-Vlinder-beige-32x32.png</url>
	<title>Valvleugels &#8211; Valvleugels</title>
	<link>https://valvleugels.be</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
	<item>
		<title>Het waren maar foto&#8217;s. Toch?</title>
		<link>https://valvleugels.be/het-waren-maar-fotos-toch/</link>
					<comments>https://valvleugels.be/het-waren-maar-fotos-toch/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Valvleugels]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 30 Sep 2026 18:59:51 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://valvleugels.be/?p=783</guid>

					<description><![CDATA[Een dag als vandaag is fijn. Eigenlijk begon het al vrijdag. Mijn bed lag vol kleren. Rokken, blouses, blazers, broeken….Verschillende [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">Een dag als vandaag is fijn. Eigenlijk begon het al vrijdag. Mijn bed lag vol kleren. Rokken, blouses, blazers, broeken….Verschillende kleuren, verschillende seizoenen, verschillende stijlen. Ik bleef maar passen en wisselen. Maar bij niets voelde het ‘wauw’! Niets was goed. Ik liet het bed met stapels kledij voor wat het was en ging naar buiten. Ruim een halfuur, of toch naar mijn audhd-gevoel, lag ik in het gras. Ik keek naar de wolken die voorbijdreven. Naar kleine beestjes die tussen het gras hun eigen weg gingen. En daar kwam het inzicht. Ik wil geen opgetutte outfit. Geen versie van mezelf die haar uiterste best doet om het allerbeste te tonen. Geen overdreven make-up waarachter ik me kan verstoppen. Ik wil echte foto’s. Het doel is mezelf durven tonen, precies zoals ik ben. Niet een zoveelste ‘betere’ versie van mezelf. Ik wil mezelf eindelijk echt laten zien, waarom zou ik me dan opnieuw verstoppen? </p>



<p class="wp-block-paragraph">Alle kleren werden netjes terug opgehangen. En ik koos een dagdagelijkse broek, een blazer en een topje die ik normaal enkel onder een blouse of trui durf te dragen. Terwijl ik die combinatie net zo mooi en vrouwelijk vind. Ik kies alleen voor mezelf. Voor de kleren waarin ik me goed voel. Voor wat bij mij past. Voor hoe ik mezelf graag zie. Voor de kleren waarin ik me goed voel. Dit is mijn lijf, dat me al 46 jaar draagt. Door mooie dagen en moeilijke momenten. Door veranderingen, onzekerheden en groei. Mijn lijf hoeft niet perfect te zijn om gezien te mogen worden. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Ik heb genoten. Van de fotoshoot. Al vond ik het best héél spannend. Het was buiten mijn comfortzone stappen. Ik wilde mezelf even anders zien. Coby slaagde er snel in om het ijs te breken. Geen druk, geen onnatuurlijk poses. Gewoon hoe ik ben. En ik voelde me vrouw. Niet het buitenbeentje. Niet de labels. Niet het lelijke eendje. Maar gewoon… vrouw. Een vrouw die niet hoefde te verdwijnen in de massa. Ik durfde mezelf letterlijk te tonen. Geen oversized kleurrijke kledij. Geen lagen make-up. Er was geen mogelijkheid om me te verstoppen achter een versie van mezelf waarvan ik denk dat ze beter in het plaatje past. Gewoon een vrouw die er ook mag zijn. En dat klinkt zo simpel, maar voor mij was het dat niet. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Maar enkele uren later zit ik hier met een hoofd en een lijf dat duidelijk zegt dat het genoeg is geweest. Ik kan niet thuiskomen, mijn schoenen uitdoen en denken: dat was leuk en klaar. Dat iets tegelijk zo fijn kan zijn en toch zoveel van mij kan vragen, blijft soms moeilijk te begrijpen. Want er is niets misgegaan. Ik heb geen slechte dag gehad. Integendeel. Het was fijn. Maar ook wat fijn is, vraagt veel. Heel veel. De vele indrukken. De gesprekken met iemand die ik amper ken. De spanning vooraf. Het gevoel tijdens de shoot waar ik niet altijd blijf mee weet. Het mezelf laten zien. Het durven voelen wat het met mijn lijf doet. Het kijken naar mezelf op een manier die ik niet gewoon ben. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Dat maakt een fijne dag soms best ingewikkeld. Want ik heb oprecht genoten en toch kan ik tegelijk helemaal op zijn. Ik kan dankbaar zijn en toch behoefte hebben aan stilte. Ik kan me goed gevoeld hebben en toch moeten huilen. Ik kan iets fantastisch gevonden hebben en daarna uren nodig hebben om weer tot mezelf te komen. Ik kan mijn hoofd niet zomaar uitzetten wanneer de dag voorbij is. Mijn hoofd en lijf blijven nog even doorgaan. Het betekent niet dat ik het liever niet had meegemaakt. Of dat ik ondankbaar ben. Integendeel. Zo’n dagen zijn het absoluut waard om helemaal te voelen. Ik heb alleen wat extra tijd nodig om te verwerken wat er gebeurd is. Ook al was het leuk. Ook al heb ik genoten. Ook al zou ik deze dag zo opnieuw doen. Eén gebeurtenis, één dag verwerken is niet alleen nodig na iets moeilijks. Ook mooie dingen komen binnen en vragen dagenlang sluimert energie. Soms zelfs meer dan ik besef. Vandaag was bijzonder. En vandaag was ook veel. Dat mag allemaal tegelijk bestaan. Ik hoef ook niet te doen alsof het niks met me doet.<br></p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://valvleugels.be/het-waren-maar-fotos-toch/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>1</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>”Thuis” zijn geen bakstenen muren en gepoetste kamers.</title>
		<link>https://valvleugels.be/thuis-zijn-geen-bakstenen-muren-en-gepoetste-kamers/</link>
					<comments>https://valvleugels.be/thuis-zijn-geen-bakstenen-muren-en-gepoetste-kamers/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Valvleugels]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 01 Sep 2026 12:14:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://valvleugels.be/?p=779</guid>

					<description><![CDATA[De ups en downs komen soms sneller dan de loopings op een achtbaan. Ik kan de kracht door mijn lijf [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">De ups en downs komen soms sneller dan de loopings op een achtbaan. Ik kan de kracht door mijn lijf voelen gieren en even later verdrinken in een bad vol tranen. Ik kan intens genieten van een drukke dag vol moetjes en magjes. Van alle prikkels, beweging, mensen en gesprekken. Ze kunnen me het gevoel geven dat ik LEEF. Maar zo’n drukke dag kan me ook naar adem doen happen. Dan kruipt de angst onder mijn huid en pingpongen gedachten door mijn hoofd. Ik kan enorm uitkijken naar een fijne babbel. Naar dat moment waarop ik mezelf kan zijn, kan vertellen wat er in mijn hoofd en lijf gebeurt. Of gewoon even helemaal ongeremd kan zijn. Een flauw mopje, een kwinkslag in een gesprek, onbezonnen en vrij. Even niet nadenken, niet filteren, niet voelen of ik wel ‘goed’ bezig ben. Gewoon mezelf. Het geeft me het gevoel erbij te horen. Dat mijn stem ertoe doet. Dat ik gehoord mag worden. Zo’n gesprek laat me mijn vleugels zien vol warme kleuren. Maar het kan me compleet leeg achterlaten. Het is bij mij vaak alles of niks. Ik leef van uitersten. Een tussenweg lijkt soms gewoon niet te bestaan. Mijn lijf wil routine, maar roept tegelijkertijd om onverwacht. Mijn lijf wil stilte, maar vraagt om muziek op volume 32. Mijn lijf wil alleen zijn, maar verlangt naar mensen waar ik mezelf mag zijn. Mijn lijf wil veiligheid, maar geniet ook van het gevoel een grens op te zoeken. Mijn hoofd wil controle, terwijl een ander deel van mij niets liever wil dan alles loslaten. En dat is lastig aan mezelf te leren kennen. Dat ik niet één ding nodig heb. Dat wat mij vandaag goed doet, mij morgen volledig kan overspoelen. Dat ik vandaag vol enthousiasme ‘ja’ roep en die ‘ja’ me morgen een lijf vol angst bezorgd. Dat ik soms snak naar rust en toch de drukte opzoek. Dat ik kan verlangen naar verbinding en tegelijk na een gesprek twee dagen moet ontprikkelen. Vroeger dacht ik dat ik gewoon beter mijn best moest doen. Dat ik gewoon door moest gaan en mijn lijf negeren. Maar hoe beter ik mezelf leer kennen, hoe meer ik begin te begrijpen dat ik niet gemaakt ben voor dat midden. Misschien hoef ik niet steeds op zoek naar de juiste balans?&nbsp; Mag ik genieten van mijn volume 32, zonder mezelf te veroordelen wanneer ik daarna stilte nodig heb. Mag ik voluit leven wanneer mijn lijf daarom vraagt en me daarna terugtrekken wanneer mijn lijf leeg is. Mag ik mensen binnenlaten en daarna mijn deur even sluiten. Mag ik mijn grenzen opzoeken en tegelijk veiligheid nodig hebben. Ik zal nooit van mezelf een vrouw kunnen maken die altijd rustig, stabiel en voorspelbaar is. Ik zal nooit de vrouw zijn in mantelpak en hoge hakken. En ik bedoel niet alleen uiterlijk. Ik heb het over de vrouw die altijd netjes binnen de lijntjes kleurt. Die precies weet wat er van haar verwacht wordt en daar moeiteloos aan voldoet. Die haar emoties verfijnd en onder controle houdt, haar woorden zorgvuldig kiest. Ik zal ook nooit de vrouw zijn die iedereen doet omkijken omdat ze perfect in het plaatje past. Ik heb jaren gedroomd om die vrouw te worden. Hoe graag ik dat ook altijd heb gewild. Ik wil die vrouw niet meer worden. Ik wil zijn wie ik ben. Een vrouw die zichzelf kent. Die haar eigen golven kan lezen. Die niet meer bang is voor haar stormen. De vrouw die niet langer probeert onzichtbaar te blijven. Ik wil de vrouw zijn waar men voor omkijkt omdat ze zichzelf durft te zijn. Niet omdat ik de mooiste, meest stijlvolle of meest perfecte vrouw in de ruimte wil zijn. Maar omdat ik eindelijk helemaal mezelf durf te zijn. Omdat ik voluit durf te lachen. Omdat ik soms iets zeg wat niemand verwacht. Omdat ik met mijn handen beweeg wanneer ik iets vertel. Omdat ik voel hoe mijn ogen fonkelen bij het enthousiast vertellen over gevonden stenen, schelpen, zeeglas en&nbsp; pluimen. Omdat ik niet bang ben om luid, speels, eigenzinnig of anders te zijn. Niet bang om mezelf te zijn. Dat is het mooiste cadeau wat ik mezelf kan geven. Niet langer minder te leven. Maar voluit luisteren naar mijn lijf. Te luisteren naar die innerlijke kracht in mij. Die krachtige vlam die steeds vuriger gaat branden. Soms op volume 32 en soms alleen maar stilte. Dat is mijn midden, gewoon leven vanuit mijn zijn. Niet perfect, niet passend in het plaatje…. Ik besef nu dat ‘Thuis’ geen bakstenen huis is, geen netjes gelapte ramen, geen stoelen die mooi op een rij staan en geen tuin zonder één sprietje onkruid. Thuis ligt niet buiten mij. Thuis zit in mij. In mijn lijf. In mijn hoofd. In mijn zachtheid en mijn chaos. In mijn tranen, mijn uitbundigheid, mijn vele kronkels, pittige hoogtes, diepe dalen en mijn stiltes.Ik zocht al die jaren thuis buiten mezelf. In verwachtingen, in goedkeuring, in mensen, in het plaatje waarvan ik dacht dat ik erin moest passen, in bakstenen en gepoetste kamers. Nu geloof ik steeds meer dat ik niet ergens mijn thuis moet maken.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ik mag thuiskomen in mezelf.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://valvleugels.be/thuis-zijn-geen-bakstenen-muren-en-gepoetste-kamers/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>De dagen erna…Er zit een kracht in mij die ik niet altijd voel, maar ze is er</title>
		<link>https://valvleugels.be/de-dagen-ernaer-zit-een-kracht-in-mij-die-ik-niet-altijd-voel-maar-ze-is-er/</link>
					<comments>https://valvleugels.be/de-dagen-ernaer-zit-een-kracht-in-mij-die-ik-niet-altijd-voel-maar-ze-is-er/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Valvleugels]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 25 Aug 2026 12:14:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://valvleugels.be/?p=775</guid>

					<description><![CDATA[Ik zie bijna elk uur op de klok verschijnen. Ik beleef de nacht tussen slaap en waak. Tijdens het slapen [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">Ik zie bijna elk uur op de klok verschijnen. Ik beleef de nacht tussen slaap en waak. Tijdens het slapen beleef ik de tocht opnieuw. En opnieuw. En opnieuw. Ik stap van checkpoint naar checkpoint. Ik verplicht mezelf iets te eten en te drinken. Knabbel vijf kilometer later nog steeds op een stukje bruinbrood. Spreek mezelf moed in. Barst opnieuw in tranen uit. En dan word ik wakker. Dag drie na de Dodentocht. En ik kan nog altijd niet helemaal geloven dat wat ik beleefde echt was. Ik scrol door de foto’s op mijn gsm. Het bewijs dat ik het echt heb afgestapt. Tranen rollen nog steeds over mijn wangen. De energie is uit mijn lijf. Ik voel me leeg. Maar er is geen overweldigend gevoel van trots. Geen ‘amai, ik heb dat toch efkes gedaan’. En ik mis de gehoopte euforie. Het gevoel waar ik reikhalzend naar uitkeek na die 100 kilometer. En daar had ik zo op gehoopt. Ik wilde zo graag dat gevoel van trots voelen in elke vezel van mijn lijf. Ik wilde wakker worden met het besef: yes meid, je hebt het gedaan. Maar dat is niet wat ik nu voel. Wat ik voel, is een lijf in ontlading. Een lijf dat 100 kilometer lang tot ver over haar grenzen ging. Een lijf dat onderweg zo vaak een strijd leverde met mijn hoofd. Want de tocht verliep met hindernissen. Angst kwam met regelmaat van de klok mijn lijf en hoofd binnenwandelen. Maya schreeuwde in mijn oren:‘Waar ben je in godsnaam mee bezig?!’ Ik hield 100 kilometer lang mijn hartslag nauwlettend in het oog. Wanneer het getal op mijn horloge de limiet overschreed die ik mezelf had opgelegd, sloeg de paniek toe. Wat als dit niet goed komt? Wat als mijn hartslag te hoog blijft? Wat als mijn lichaam het begeeft? Angst vraagt zoveel energie. Energie die ik eigenlijk nodig had om te stappen. Om mijn lichaam vooruit te krijgen. Om mentaal fit te blijven. Niet om mijn hoofd rustig te houden. Ik heb dus niet alleen 100 kilometer met mijn benen gestapt. Ik heb vooral 100 kilometer lang ook geprobeerd mijn hoofd mee te krijgen. En dat besef kolt nu pas langzaam binnen.&nbsp; Ik ben niet moe van het wandelen. Mijn spieren voelen niet meer stram. De blaren op mijn voeten drogen op. En mijn teennagel wordt steeds blauwer. Ik ben vooral moe van alles wat er onderweg in mij gebeurde. Ik voel nu vooral heel veel nood aan vertellen. Aan mezelf horen praten, zodat mijn eigen woorden langzaam kunnen doordringen. Ik wil het steeds opnieuw vertellen. Opnieuw de 100 km doorvoelen. Ik denk dat mijn hoofd en mijn lijf nog moeten begrijpen wat er eigenlijk gebeurd is. Mijn gedachten dwalen ook steeds opnieuw af naar zaterdag. Naar de vroege ochtend. Nog voor de vogels de dag inzingen. Om 3u30 gaat mijn telefoon. Mijn dochter, Marit; ‘Hey mama. We zitten alle drie samen in de zetel. We kunnen niet slapen. Hoe gaat het?’ In eerste instantie klink ik opgewekt. Tot ik de stem van mijn man hoor. En daar breekt er iets. ‘Chou, ik verlang zo om jou te zien. Ik wil je even voelen.’ Ik hoor hoe mijn stem stokt. De tranen beginnen te vloeien terwijl ik de woorden spreek. Ik meen elk woord. Ik hoef er niet over na te denken. Ik hoef niets sterk te houden. Ik toon mijn kwetsbaarheid zonder angst. Dit is één van de eerste keren waarop ik zonder schaamte de woorden spreek. Ik verlangde zo hard naar thuis. Naar mijn mensen. Waar ik eindelijk gewoon durf zeggen: ‘Ik ben bang.’ ‘Ik ben moe.’ ‘Ik weet niet of ik dit kan.’ En dat is wat deze 100 kilometer mij nog veel meer heeft geleerd dan ik nu al kan bevatten. Doorzetten betekent niet dat je nog harder moet zijn voor jezelf. Het betekent dat je durft voelen wat er is. Dat je durft huilen. Dat je durft zeggen dat het moeilijk is. Dat je hulp aanneemt. Dat je jezelf niet kleiner maakt omdat je bang bent. En dat gevoel van trots….. Misschien mag mijn lijf eerst gewoon landen? Mag de leegte er zijn. Mogen de tranen er zijn. Mag ik nog even niet begrijpen wat ik heb gedaan. Onder die vermoeidheid zit iets. Ik voel het, maar kan het nog niet helemaal aanraken. Maar ik weet dat het er zit. Ik heb mezelf onderweg meermaals tegengekomen. In mijn angst. In mijn tranen. In mijn twijfel. In mijn kwetsbaarheid. Er zit een kracht in mij die ik niet altijd voel, maar die kracht zit in mij. En dat trotse gevoel komt hopelijk later wel. Misschien morgen? Misschien volgende week?&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Nu hoef ik alleen maar thuis te komen, in mijn lijf.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Els</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://valvleugels.be/de-dagen-ernaer-zit-een-kracht-in-mij-die-ik-niet-altijd-voel-maar-ze-is-er/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>100km om thuis te komen&#8230;</title>
		<link>https://valvleugels.be/100km-om-thuis-te-komen/</link>
					<comments>https://valvleugels.be/100km-om-thuis-te-komen/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Valvleugels]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 19 Aug 2026 15:33:59 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://valvleugels.be/?p=772</guid>

					<description><![CDATA[Ik stap omdat ik afscheid wil nemen. Van de vrouw die zo lang heeft geprobeerd iemand te zijn die ze [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">Ik stap omdat ik afscheid wil nemen. Van de vrouw die zo lang heeft geprobeerd iemand te zijn die ze niet was. Van de vrouw die zich heeft aangepast tot ze zichzelf bijna niet meer herkende. Van de vrouw die dacht dat sterk zijn betekende dat ze alles alleen moest kunnen. Van de vrouw die haar eigen gevoel wantrouwde. Van de vrouw die dacht dat ze pas goed genoeg was als ze minder nadacht, minder emotioneel, minder gevoelig, minder veel was. Ik wil haar bedanken want zij heeft mij hier gebracht. Zij heeft gevochten. Ze heeft zich aangepast. Ze heeft gezwegen wanneer spreken voor mij te moeilijk was. Ze heeft doorgezet wanneer stoppen misschien veel gemakkelijker was geweest. Ze heeft geprobeerd te passen in een wereld waarin ze zichzelf steeds opnieuw moest aanpassen. Ik wil tijdens mijn tocht afscheid nemen van mijn oude ik. Maar eerst wil ik haar omarmen, nog even knuffelen. Ik wil haar aankijken en zeggen:Je hebt het goed gedaan. Je deed wat je kon met de mogelijkheden die je had. Deze 100 kilometer  betekenen voor mij bij elke stap een stukje afscheid nemen van alles wat ik dacht te moeten zijn. Afscheid van zoveel gedachten. Misschien lukt het mij om onderweg een stukje pijn achter te laten? Misschien lukt het mij een oud verhaal achter te laten? Een stem die zegt dat ik niet genoeg ben. De behoefte om mezelf voortdurend te bewijzen. De versie van mezelf die vooral bezig was met overleven. Ik hoop vooral onderweg ook iets mee te nemen naar huis. Niet alleen een medaille. Maar mezelf. Voor het eerst echt mezelf. De vrouw die ik vandaag steeds beter leer kennen. Die durft voelen. Die nog te vaak denkt. Die nog twijfelt. Die soms nog héél bang is. Die niet altijd weet waar ze naartoe gaat. Maar die toch de moed vindt om verder te stappen. Die steeds minder bang wordt om gewoon zichzelf te zijn. Ik laat de oude versie van mezelf vrij zodat ik twee armen vrij heb om mezelf te omarmen. Ook mijn chaos. Mijn gevoeligheid. Mijn kwetsbaarheid. De dingen die ik vroeger liever verstopte. Ik wil mezelf graag zien zonder voorwaarden. Niet omdat ik (hopelijk) 100 kilometer heb gestapt. Maar omdat ik het probeerde ook al betekende het niet weten of het lukt, de controle loslaten. Omdat ik mezelf eindelijk begin te zien zoals ik ben. En misschien loop ik daarom straks niet alleen richting die finish? Maar loop ik vooral weg van wie ik dacht dat ik moest zijn. Loop ik straks de eindmeet over in de armen van wie ik ben en hoef ik niets meer te bewijzen. En ben ik trots op wie ik ben. Op wie ik diep vanbinnen altijd ben geweest. De 100 km is voor mij een afscheid. De finish is een dankjewel. Een warme knuffel…. En vooral…een thuiskomen bij mezelf. <br></p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://valvleugels.be/100km-om-thuis-te-komen/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>En dan lig je languit op een bank&#8230;</title>
		<link>https://valvleugels.be/en-dan-lig-je-languit-op-een-bank/</link>
					<comments>https://valvleugels.be/en-dan-lig-je-languit-op-een-bank/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Valvleugels]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 28 Jul 2026 12:14:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://valvleugels.be/?p=768</guid>

					<description><![CDATA[En dan lig je languit op een bank met op je voorhoofd een zwarte doek, gevuld met ijsblokjes. Ik voelde [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">En dan lig je languit op een bank met op je voorhoofd een zwarte doek, gevuld met ijsblokjes. Ik voelde het al minuten op voorhand aankomen. De zweetdruppels gleden langzaam over mijn rug. Warm, ik kreeg het zo warm. Een warmte die van binnen lijkt te ontstaan. Het lijkt of mijn lijf een innerlijk vuurtje stookt. Ik probeer me op het gesprek te focussen. Ik knik en stel nog een vraag.  Maar diep vanbinnen is er nog maar één gesprek bezig. Een gesprek met Maya. Ik probeer haar te overtuigen dat ik niet in gevaar ben. Ze luistert niet. Mijn ogen glijden subtiel langs de mensen aan de tafeltjes links en rechts van me. Niemand kijkt vreemd op. Niemand lijkt iets te merken. Ik zie er dus beslist nog ‘normaal’ uit. Best angstaanjagend, het idee dat  iemand vanbinnen volledig kan verkrampen terwijl de buitenwereld niets ziet. Ik neem nog een slok van mijn glas ijskoude cola. Misschien helpen de suikers? Misschien helpt de koude? Ondertussen trekken de spieren tussen mijn schouderbladen langzaam samen. Ik herken dat gevoel uit de duizend. De alarmbel van mijn lijf. Het moment waarop mijn lichaam Maya gelooft en beslist dat er gevaar is, terwijl ik eigenlijk weet dat dat niet zo is. Ik smeek Maya om stil te zijn. Hou alsjeblieft op. Je maakt het alleen maar erger. Mijn gesprekspartner blijft rustig verder praten. Ze is zich van geen paniekaanval bewust. Ik onderbreek haar. “Poeh… het is hier zo warm.” Ze knikt, “Ja hé.” En ze praat verder. Even hoop ik dat het gewoon de warmte is. Of omdat mijn uurwerk toch al 12u30 aangeeft. Dat ik straks mijn bord voor me krijg en na enkele happen weer verder kan alsof er niets gebeurd is. Maar mijn lijf heeft intussen al andere plannen. De spanning verspreidt zich steeds sneller tussen mijn schouderbladen. In mijn hoofd zie ik hoe die spanning langzaam samensmelt tot één blok angst. Mijn maag trekt samen. Mijn buik verkrampt. Misselijkheid overspoelt me. Ik ben er bijna zeker van dat ik elk moment de hele tafel onder zal spugen. Mijn handen voelen verdoofd. Mijn benen trillen. De stemmen rondom mij klinken verder weg. Ik neem niet langer deel van de gezellige binnentuin. Ik ben aanwezig en toch helemaal niet. Het voelt alsof een windkolk me helemaal door elkaar schudt. Ik weet dat ik veilig ben, maar mijn lijf gelooft daar geen woord van. Ik verlies steeds meer grip op het gesprek. Dit gaat fout. Ik voel het. Ik onderbreek het gesprek nogmaals, “Ik voel me niet goed.” Meer krijg ik niet gezegd. Haar blik verandert onmiddellijk, bezorgdheid. Ze stelt voor om even te gaan liggen. Ik ga languit op een bank liggen. Vanbinnen slaat elke vezel in mij op hol. Van Buiten blijf ik, denk ik toch, opvallend rustig. Een dame komt onmiddellijk helpen. Even later staat ook de ober naast me. Hij is ervan overtuigd dat ik bevangen ben door de warmte. Misschien heeft hij deels ook wel gelijk. Elvanse verstoord je innerlijke thermostaat. Waardoor je sneller oververhit raakt. En zeggen dat ik deze ochtend samen met de huisarts besloot om vanaf morgen de dosis toch naar 30 mg te brengen. De minimumdosis voor een volwassene. <img src="https://s.w.org/images/core/emoji/17.0.2/72x72/1fae3.png" alt="🫣" class="wp-smiley" style="height: 1em; max-height: 1em;" /> Een halve minuut later ligt er een zwarte doek vol ijsblokjes op mijn voorhoofd. Ik hoor mensen vragen of het gaat. Maar ik laat alle woorden gewoon over me heen glijden. Ik ben te druk bezig met het gevecht dat niemand ziet. Vanbinnen herhaal ik telkens opnieuw dezelfde zin. Je hebt een angstaanval. Er is niets ernstigs aan de hand. Je lichaam denkt, dankjewel Maya,  dat er gevaar is, maar dat is er niet. Ik had er deze ochtend nog met mijn huisarts over gesproken. Hoe Maya, mijn lijf overtuigt dat ik in levensgevaar ben, terwijl mijn verstand rustig blijft herhalen dat alles veilig is. Op zulke momenten besef ik opnieuw hoe weinig controle ik soms heb over mijn eigen lichaam. Als paniek toeslaat, voert mijn lichaam de regie. Niet ik.  En dat maakt me soms zo angstig. Ik kan op elk moment, zoals nu, tijdens een gezellige middag toeslaan.  Enkele minuten later begint mijn lijf voorzichtig terug te landen. Mijn ademhaling wordt rustiger. De spanning tussen mijn schouders lost een beetje. De misselijkheid zakt langzaam weg. Ik maak terug deel uit van de binnentuin. Eten lukt me nauwelijks nog. Mijn lichaam voelt leeg, uitgeput terwijl ik alleen maar aan een tafeltje zit. En dan komen de gedachten, “wanneer gebeurt het weer?” Was het wel paniek? Paniek stopt niet wanneer mijn lijf is geland. Paniek probeert zich ook nadien nog in mijn gedachten te nestelen. Ik probeer de focus te leggen op mezelf, hoe ik midden in de storm, mezelf terug in veiligheid bracht. Met mijn eigen woorden, mijn eigen rust. Ik bleef mezelf zeggen dat dit voorbij zou gaan. En dat deed het ook. En die gedachte wil ik meenemen. Dat ik stilaan mag vertrouwen op mezelf. Dat ik, hoe hard mijn lijf ook in alarm gaat, ik mezelf ook weer kan terugvinden.<br></p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://valvleugels.be/en-dan-lig-je-languit-op-een-bank/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Telkens opnieuw kiezen voor elkaar</title>
		<link>https://valvleugels.be/telkens-opnieuw-kiezen-voor-elkaar/</link>
					<comments>https://valvleugels.be/telkens-opnieuw-kiezen-voor-elkaar/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Valvleugels]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 07 Jul 2026 12:14:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://valvleugels.be/?p=764</guid>

					<description><![CDATA[Het is vierentwintig jaar geleden dat we elkaar eeuwige trouw beloofden. Bitterjong waren we. En we hadden allebei geen idee [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">Het is vierentwintig jaar geleden dat we elkaar eeuwige trouw beloofden. Bitterjong waren we. En we hadden allebei geen idee wat eeuwige trouw werkelijk betekende. We keken vooral uit om man en vrouw te zijn, een toekomst samen. En ja… ik geef het toe: trouwen in een ivoorkleurige jurk in kant met een lange sleep en koets met paarden voelden ontzettend romantisch. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Ondertussen zijn we vierentwintig jaar verder. We werden mama en papa van drie prachtige dochters. Drie totaal verschillende persoonlijkheden, elk met hun eigen karakter, dromen en gebruiksaanwijzing. We zagen onze thuis veranderen in roet en bakstenen. Een brand nam bijna alles mee. Foto’s, herinneringen, kleine dingen waarvan je pas beseft hoeveel ze betekenen wanneer ze er niet meer zijn. We raakten onderweg soms ook elkaar weleens uit het oog. We begrepen elkaar soms gewoon niet meer. Hij begreep mij niet. Ik begreep hem niet. We hoorden elkaar, maar namen niet altijd de tijd om te luisteren naar elkaar. Ik raakte onderweg vooral mezelf kwijt. Ik wilde een goede mama zijn. Een goede partner. Ik zette mezelf steeds vaker op de laatste plaats. Ik dacht dat het zo hoorde. Zo vaak, dat ik op een dag niet meer wist wie ik eigenlijk was. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Tot mijn lichaam stop zei. Het schreeuwde zo luid dat ik niet langer kon doen alsof ik het niet hoorde. Achteraf bekeken was het broodnodig. En toen kwam er begin dit jaar de diagnose: ADHD en autisme. Het is geen excuus. Niet ‘de verklaring’ waarom we elkaar onderweg soms uit het oog verloren. Maar er vielen puzzelstukjes op hun plaats. Niet alleen kijk ik met mildere ogen naar mezelf. Ik ben ook zachter van hem. Ik leerde mezelf kennen. Mijn man leerde mij opnieuw kennen. En samen leerden we stap voor stap elkaar opnieuw ontdekken. We zijn niet meer de twee jonge mensen die elkaar vierentwintig jaar geleden eeuwige trouw beloofden. Maar twee mensen die ondertussen weten dat liefde niet vanzelfsprekend is. Dat liefde niet betekent dat je altijd hetzelfde denkt. Dat liefde niet betekent dat je zwijgt om de vrede te bewaren. Liefde vraagt luisteren en praten. Liefde vraagt soms om samen te huilen. En ja… af en toe ook discussiëren en de deur iets te hard achter mij sluiten. Want echte liefde vraagt niet om perfectie. Ze vraagt twee mensen die, ondanks alles wat het leven op hun pad gooit, telkens opnieuw voor elkaar durven kiezen. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Vandaag voelt onze liefde sterker dan ooit. Na elke val hebben we elkaar opnieuw vastgenomen. Dat is wat voor ons eeuwige trouw echt betekent. Elkaar telkens opnieuw, terugvinden.<br></p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://valvleugels.be/telkens-opnieuw-kiezen-voor-elkaar/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
